Wetgevend kader opleiding BA4/BA5 2019-10-11T13:23:59+01:00
Wetgevend kader BA4 – BA5

Tal van werkzaamheden aan of nabij elektrische installaties zijn risicovol en vergen een bijzondere waakzaamheid voor gevaar. Zowel in CODEX als in het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) zijn een aantal wettelijke bepalingen opgenomen.

1.1 Koninklijk Besluit 27.03.1998 – Welzijnswet, Afdeling III, Art. 21.

Art. 21 – De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer een voldoende en aangepaste vorming in verband met het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk ontvangt, die speciaal gericht is op zijn werkpost of functie.

Deze vorming wordt inzonderheid gegeven:

1. Bij indienstneming.

2. Bij een overplaatsing of verandering van functie.

3. Bij de invoering van een nieuw arbeidsmiddel of verandering van een arbeidsmiddel.

4. Bij de invoering van een nieuwe technologie.

Deze vorming wordt aangepast aan de ontwikkeling van de risico’s en aan het ontstaan van nieuwe risico’s en wordt, indien nodig, op gezette tijden herhaald.

1.2 Koninklijk Besluit 10.03.1981 en 26.04.2004 – AREI

1. Codificatietabel. Om de bekwaamheid van personen te bepalen wordt een code gebruikt die samengesteld is uit de letters ‘BA’ gevolgd door een cijfer gaande van 1 tot 5, zoals in de tabel is aangegeven.

2. Voorwaarden inzake de toekenning van de codificatie BA4/BA5. De bekwaamheid van personen die gekenmerkt wordt door de code BA4 of BA5 wordt door de werkgever toegekend aan de werknemers. De reikwijdte van deze toekenning met betrekking tot de aard van de elektrische installaties of de aard van de werkzaamheden waarvoor deze bekwaamheid geldt, moet bepaald zijn.

BA4 = gewaarschuwde, met andere woorden personen die:

* ofwel voldoende onderricht werden over de elektrische risico’s verbonden aan de hen toevertrouwde werkzaamheden;
* ofwel permanent worden bewaakt door een vakbekwaam persoon (BA5) tijdens de hen toevertrouwde werkzaamheden, om de aan elektriciteit verbonden risico’s tot een minimum te herleiden.
* bijv. uitbatings- of onderhoudspersoneel van elektrische installaties.

BA5 = vakbekwame, met andere woorden personen die:

* via kennis, verkregen door opleiding of (relevante) ervaring, de gevaren verbonden aan de uit te voeren werkzaamheden zelf kunnen inschatten;
* de maatregelen kunnen bepalen om de daaruit voortvloeiende specifieke risico’s te elimineren of tot een minimum te beperken.
* bijv. elektrotechnici en ingenieurs belast met de uitbating van elektrische installaties.

Onverminderd de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, houdt de werkgever bij de beoordeling van de bekwaamheid van personen en bij de toekenning van deze bekwaamheid ten minste rekening met:

* de kennis van de betrokken werknemer met betrekking tot de risico’s die door de elektrische installaties geboden worden, opgedaan door opleiding of ervaring binnen of buiten de inrichting van de werkgever;
* de aard en de verscheidenheid van de elektrische installaties, zoals bijvoorbeeld hoog- of laagspanning, netstelsels, aard van het toegepaste elektrisch materieel (bijvoorbeeld klassiek elektrisch materieel, ontploffingsveilig materieel) … waarvoor deze kennis geldt;
* de verscheidenheid aan activiteiten aan of nabij een elektrische installatie (werken onder spanning, in de nabijheid van onder spanning staande delen, werken buiten spanning, schakelwerkzaamheden aan elektrische installaties, controle-, inspectie- en meetwerkzaamheden) waarvoor deze kennis geldt.

Deze beoordeling van de bekwaamheid, met inbegrip van de omschrijving van de installaties en van de werkzaamheden waarvoor de beoordeling geldt, is traceerbaar. De toekenning aan een werknemer van de codificatie van de bekwaamheid van personen, gekenmerkt door de code BA4 of BA5, wordt door de werkgever vastgelegd in een document dat naast de naam van de werknemer duidelijk bepaalt voor welke werkzaamheden en voor welke elektrische installaties de bekwaamheid geldt (onder andere door een beschrijving van de toegelaten activiteiten en een beschrijving van de elektrische installaties waaraan of in welke nabijheid mag worden gewerkt), met de eventuele bijzondere beperkingen ervan, de geldigheidsduur en de eventuele voorwaarden voor het behouden van de bekwaamheid.

Onverminderd het codificeren van de bekwaamheid BA4/BA5 blijven de werkgevers, elk binnen hun bevoegdheid en op hun niveau, ertoe gehouden:

* ervoor te zorgen dat iedere betrokken persoon een voldoende en aangepaste opleiding en vorming ontvangt die speciaal gericht is op zijn werkpost of functie;
* de bekwaamheid van de betrokken personen op het gebied van veiligheid en gezondheid in aanmerking te nemen wanneer zij hen met de uitvoering van een werkzaamheid aan of nabij een elektrische installatie belasten;
* te controleren of de verdeling van de taken op een zodanige wijze geschiedt dat de verschillende werkzaamheden aan een elektrische installatie worden uitgevoerd door personen die daartoe de vereiste bekwaamheid hebben, en de vereiste vorming, opleiding en instructies hebben ontvangen.

1.3 Artikel 266 AREI – Werkzaamheden aan of in de nabijheid van elektrische installaties, § 5.3.2.

Enkel de personen die een specifieke opleiding en vorming hebben gevolgd mogen, na gunstige beoordeling van hun bekwaamheid, werkzaamheden onder spanning uitvoeren.

De vaardigheid om onder spanning te werken moet op peil worden gehouden, hetzij in de praktijk, hetzij door extra of permanente educatie.

De werkgever zal zelf instaan voor de vereiste specifieke opleiding inzake:

* de kennis van de risico’s van zijn installatie (toepassing van de Wet Welzijn op het Werk: de risicoanalyse, waarbij onder andere ook de plaatselijke externe invloeden in rekening worden gebracht);
* de werkprocedures, rekening houdend met een strikte hiërarchie in de te nemen preventiemaatregelen, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;
* de aard van de installatie, bijvoorbeeld welk soort elektrisch netstelsel van toepassing is; onderscheid tussen laagspanning, hoogspanning; welk onderdeel van de installatie is voor de betrokkene toegankelijk;
* de aard van de toegelaten werkzaamheden: welke handelingen mag de betrokkenen expliciet uitvoeren.